Ga naar de inhoud

Visie

Onze visie heeft zich ontwikkeld doorheen onze jarenlange ervaring in het onderwijs, door het volgen van bijscholingen en bij het lezen van onderwijsliteratuur met recente wetenschappelijke inzichten.

Onze leerlingen van de derde graad hebben meestal 6 of 8 lesuren wiskunde per week. Daardoor hebben we een goed zicht op welke vaardigheden en welke kennis vereist is voor de verschillende toelatingsexamens en ijkingsproeven.

In de tweede graad willen we een solide gemeenschappelijke basis realiseren voor de leerlingen die kiezen voor een uitgebreid wiskundepakket. We steunen daarbij op twee pijlers: enerzijds geven we meer aandacht aan de rekenvaardigheden en anderzijds zetten we in op een brede kennisopbouw.

De rekenvaardigheden vormen zeker geen doel op zich. Ze zijn echter wel nodig om vlot en foutloos wiskundige problemen op te lossen. De laatste jaren merken we dagelijks in onze lessen dat we hier opnieuw meer op moeten inzetten. Net zoals beginnende sporters en muzikanten uren en uren spenderen aan het automatiseren van basishandelingen, is het belangrijk dat leerlingen voldoende tijd kunnen investeren in het verwerven van algebraïsche rekenvaardigheden. In het rapport van een adviesgroep voor het verbeteren van het wiskundeonderwijs in de Verenigde Staten spreken de auteurs van ‘over-leren’:

[I]n support of complex problem solving, arithmetic facts and fundamental algorithms should be thoroughly mastered, and indeed, over-learned, rather than merely learned to a moderate degree of proficiency . (*)

Concreet betekent dit dat we in het derde jaar extra oefentijd voorzien voor het ontbinden in factoren. In het vierde jaar gaan we verder en oefenen we met breuken die letters bevatten. Beide vaardigheden komen in de derde graad bij verschillende leerstofonderdelen terug.

Het belang van een brede kennisopbouw, de tweede pijler waarop we steunen, wordt kernachtig verwoord door psychologieprofessor Daniel Willingham:

Understanding is remembering in disguise. (**)

Hoe breder de kennisbasis, hoe vlotter nieuwe leerstof opgenomen en begrepen kan worden, doordat ze geïntegreerd kan worden in reeds bestaande kennis. Ook voor het aanpakken van nieuwe problemen is het belangrijk om, al doende, een brede waaier aan standaard oplossingsmethodes te memoriseren. Schakers maken sinds mensenheugenis gebruik van dat inzicht door honderden, zo niet duizenden spelsituaties vanbuiten te leren.

Dit wordt in onze leerplannen concreet in onze keuze om in het vierde jaar een leerstofonderdeel over de cirkel als basisdoelstelling op te nemen. Dit onderdeel verdiept en verbreedt de meetkundekennis die in de voorgaande jaren werd opgebouwd, oefent leerlingen in bewijstechniek en slaat een brug met algebra, opnieuw vaardigheden die van belang zijn in elke sterke wiskunderichting in de derde graad.

In de derde graad gaan we verder op de ingeslagen weg. We kozen, voor wat betreft de kennismaking met een algebraïsche structuur, bewust voor een iets ruimere behandeling van een stuk lineaire algebra, dat een uitstekende voorbereiding vormt op elke wetenschappelijke vervolgstudie.

Met uitbreidingsdoelen willen we stimuleren om te verdiepen en verbreden in klasgroepen waar dat haalbaar is.

Bovendien doen we suggesties voor de invulling van een pakket met acht uur wiskunde. We vinden het belangrijk dat ook voor die groep expliciet aandacht is in leerplannen.


(*) Geary, D. C., Boykin, A. W., Embretson, S., Reyna, V., Siegler, R., Berch, D. B., & Graban, J. (2008). Chapter 4: The report of the task group on learning processes, 4-2 to 4-10. US Department of Education. https://files.eric.ed.gov/fulltext/ED502980.pdf

(**) Willingham, D. T. (2009). Why don’t students like school?: A cognitive scientist answers questions about how the mind works and what it means for the classroom. Jossey-Bass